Waarom scholen en onderwijssystemen zich 
moeten richten op gelijke onderwijskansen en inclusie

Het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap is duidelijk in zijn engagement om het recht op inclusief onderwijs op alle niveaus te garanderen. Het benadrukt het belang van gelijke toegang tot onderwijs binnen de gemeenschappen waar mensen wonen en verplicht tot het verstrekken van redelijke aanpassingen die zijn afgestemd op individuele behoeften om zinvolle deelname te garanderen.

Inclusief onderwijs in Europa

In veel Europese landen wordt inclusief onderwijs opgevat als het inspelen op specifieke onderwijsbehoeften binnen reguliere leeromgevingen, wat meestal wordt gezien als een cruciaal onderdeel van sociale inclusie. Volgens het Europees Agentschap voor gehandicapten en inclusief onderwijs is inclusief onderwijs “het aanbieden van onderwijs van hoge kwaliteit in scholen die de rechten, gelijkheid, toegang en participatie van alle leerlingen waarderen”. Onderzoek toont aan dat inclusief onderwijs een positieve impact heeft op studieresultaten en geassocieerd wordt met betere kansen op tewerkstelling, deelname aan vervolgonderwijs, integratie in waardevolle sociale netwerken en het bereiken van hoge niveaus van onafhankelijkheid. Gelijke toegang tot en actieve deelname aan onderwijs is dus van fundamenteel belang om volledige sociale inclusie te bereiken.

De rol van STESSIE

In veel Europese landen wordt op verschillende manieren naar het concept “inclusie” gekeken. Het STESSIE-project wil een gemeenschappelijk begrip creëren van wat inclusie in de onderwijssector inhoudt en hoe diversiteit kan worden benut als meerwaarde. STESSIE bevordert een fundamentele mentaliteitsverandering: Wat betekent het werkelijk om alle leerlingen te bereiken, zonder degenen uit minderheidsgroepen uit te sluiten op basis van verschillen in capaciteiten, etniciteit, taal, religie of andere aspecten van de identiteit?

Veel Europese landen hanteren een nogal individualistische benadering van specifieke onderwijsbehoeften. STESSIE wil de focus verleggen naar het bouwen van rijke leeromgevingen waarin alle kinderen welkom zijn, vooral kinderen die het risico lopen op uitsluiting en kinderen met een kansarme achtergrond.

Er is een groeiende vraag naar een duidelijk beleid voor inclusief onderwijs. Bij alle belanghebbenden in de onderwijssector is er een dringende behoefte om te investeren in een kwalitatief hoogstaand, schoolbreed ondersteuningsbeleid dat fundamentele en preventieve leerlingenbegeleiding in het reguliere onderwijs ondersteunt. STESSIE wil beleidsmakers in heel Europa informeren over uitvoerbare manieren om de inclusiviteit op scholen te verbeteren.

Hoe het STESSIE referentiekader benaderen

STESSIE is ontwikkeld met het oog op zelfevaluatie, als een instrument om de participatie en leermogelijkheden van alle (ook kwetsbare) leerlingen te verbeteren. Het is ook ontworpen om de autonomie van scholen, inspecties en evaluerende instanties te respecteren. Het is niet de bedoeling van STESSIE om één enkel kader of één enkele set van evaluatie-instrumenten te voorzien om te gebruiken door alle scholen en inspecties of evaluerende instanties in Europa.

STESSIE is geen evaluatie-instrument dat op een of andere manier een oordeel over de school kan of zou vellen. Het is eerder een bewustwordingsproces binnen scholen om meer inclusief te worden. STESSIE wil de aandacht vestigen op gebieden:

  • waar de school kan verbeteren om meer inclusief en toegankelijk te zijn voor alle kinderen.
  • waar de school al sterk investeert in de academische en sociale participatie van elk kind.

De STESSIE(METER) verzamelt inzichten van personeel, ouders en leerlingen binnen dezelfde school om een uitgebreid beeld te geven van de mate waarin het leiderschap, de cultuur en het klasklimaat van de school inclusie prioriteit geven en waarderen. STESSIE(METER) is op meerdere manieren informatief en engagerend:

  • Het biedt zinvolle inzichten in het huidige niveau van inclusiviteit binnen de school.
  • Het instrument kan in de loop van de tijd herhaald worden toegepast om de evolutie in de richting van meer inclusie te monitoren.
  • Het laat zien op welke vlakken de perspectieven van leerkrachten en teamleden, ouders en zowel jongere als oudere leerlingen overeenkomen en uiteenlopen.

Dit is echter slechts het beginpunt. STESSIE maakt deel uit van een proces dat scholen ondersteunt bij het formuleren en coördineren van acties om een meer inclusieve omgeving te creëren. Het helpt scholen om weloverwogen beslissingen te nemen over strategische keuzes voor de toekomst.

 

STESSIE voorziet ook in de nodige informatie en begeleiding om schoolleiders te helpen de juiste strategieën te bepalen om inclusie te verbeteren op basis van de verkregen resultaten.

BELANGRIJKSTE PRINCIPES VOOR HET GEBRUIK VAN HET RAAMWERK

MOGELIJKE EVALUATIEMETHODEN

Deze lijst geeft een aantal benaderingen en methoden weer die schoolleiders, leerkrachten, onderwijsadviseurs en inspecteurs kunnen gebruiken om de informatie te verzamelen die nodig is om te evalueren aan de hand van het STESSIE-kader. Het is geenszins de bedoeling dat deze lijst alomvattend of uitputtend is, en scholen en inspecteurs moeten zich niet verplicht voelen om al deze methoden altijd en voor elk aspect van het raamwerk te gebruiken.

  • Observaties van onderwijzen en leren
  • Observaties van de schoolomgeving
  • Beoordelingen van het werk van leerlingen/studenten/lerenden (normen, vooruitgang, vaardigheden, evaluaties door de leerkrachten, opvolging, geschiktheid van het aanbod)
  • Onderzoek van de korte-, middellange- en langetermijnplanning
  • Beoordeling van de interne of externe evaluaties van de school van het welzijn van leerlingen/studenten/lerenden en hoe deze bevindingen worden aangepakt
  • Gesprekken/bijeenkomsten met leerlingen/studenten/lerenden
  • Meningen van ouders - vergaderingen/vragen
  • Gesprekken met partners/ gesprek met leiders/leerkrachten over hoe zij het werk met externe instanties coördineren
  • Individuele ondersteuningsplannen, inclusief hun doelen
  • Volgsystemen die de voortgang van kwetsbare leerlingen/studenten/lerenden in kaart brengen
  • Nieuwe opkomende methoden voor digitale betrokkenheid - onderzoek van digitale bestanden/video's/nieuwsbrieven enz.
  • Cultuur van bescherming
  • Welzijnsverslagen/ plannen/ volgsystemen
  • Programma's voor professionalisering en de evaluaties hiervan door leerkrachten in het licht van hun praktijk